Katten> Wormen
Wormen bij de kat
Tom Nagels, DVM
In aansluiting op de algemene bespiegeling over wormen lees je hieronder meer over wormen die specifiek bij katten voorkomen. Naast diegene die we het meest aantreffen in onze streken wordt ook de aandacht gevestigd op enkele exoten waar je mee te maken kan krijgen als je kat meegaat naar het buitenland of er één van daar meebrengt.
Belang en voorkomen van wormen bij honden
| Wormsoort | Kittens |
Jonge katten | Poezen (drachtig) |
Katers |
| Spoelwormen | ++++ | +++ | + | + |
| Haakwormen | ++ | ++ | + | + |
| Longwormen | 0 | ± | + | + |
| Lintwormen | 0 | ++ | +++ | +++ |
++++: zeer frequent (> 50%) en schadelijk
+++: frequent (20-50%)
++: minder frequent (5-20%)
+: occasioneel (< 5%)
± : uitzonderlijk
0: niet aanwezig
bron: janssen animal health
Toxocara cati, de kattenspoelworm
![]() |
| Volwassen exemplaar van Toxocara cati. |
| Gastheer | kat, vos, wilde katachtigen incl. leeuw |
| Tussengastheer | geen, wel paratenische gastheren zoals muizen en ratten, kippen maar ook kevers en regenwormen |
| Besmetting | oraal en moedermelk |
| Lokalisatie | dunne darm en maag |
| Risicogroep | meest algemene worm bij katten |
| Schade | erg |
| Afmetingen | 5 - 10 cm |
Inwendige cyclus. Larven uit oraal opgenomen eieren migreren vanuit de darm naar lever -> long -> luchtpijp, worden vervolgens opgehoest en ingeslikt om tenslotte volwassen te worden in de darm en eitjes te produceren. Dit duurt ongeveer 8 weken. Een deel van de larven bereiken het hart en verspreiden zich over gans het lichaam om zich tenslotte in te kapselen in het spierweefsel. Tijdens dracht ontwaken deze 'slapende' larven en verhuizen naar de melkklieren langs waar ze de kittens besmetten tijdens hun zoogperiode. Larven opgenomen via de moedermelk of via paratenische gastheren maken geen migratie door maar ontwikkelen rechtstreeks tot volwassen worm in de darm.
Symptomen. Meestal zijn er bij de gemiddelde infectie niet meer dan 10 wormen aanwezig, maar kan in zeldzame gevallen oplopen tot meerdere honderden. I.t.t. bij de hondenspoelworm, worden kittens pas besmet na de geboorte via de moedermelk en hebben dus geen migratiecyclus van larven moeten doorstaan. Symptomen zijn dus eerder mild: minder speels, af en toe diarree en een 'wormbuikje'. Braken, niezen en hoesten kunnen voorkomen.
Wist je dat |
|
Gevaar voor de mens.
![]() |
| Microscopisch beeld ei van T. cati. |
Indien per ongeluk wormeitjes in de darm van een mens verzeild geraken, zullen de larven die zich hieruit ontwikkelen proberen dezelfde reis als bij katten af te leggen. Dit zou nog niet zo erg zijn, moest het gevaar niet bestaan dat ze hun weg kwijt geraken en op plaatsen in lichaam terechtkomen waar ze veel schade berokkenen, bvb. het oog. Dit fenomeen staat in de medische wereld bekend als het 'larva migrans syndroom'. Zandbakken waar ook veel katten komen (en ontlasten) vormen een concreet gevaar voor kinderen. Hetzelfde geldt trouwens voor Toxocara canis, de hondenspoelworm.
Ontworming. Uit het bovenstaande kan je afleiden dat:
Toxascaris leonina
Deze spoelworm kan zowel bij katten als bij honden voorkomen; de dieren kunnen elkaar dus ook besmetten hoewel infectie in de praktijk meer bij honden wordt gezien. Dit is de minst ziekteverwekkende spoelworm bij carnivoren en wel om volgende redenen:
Een routinematige ontworming is afdoende.
Haakwormen danken hun naam aan het terugplooien van het kopuiteinde waardoor ze het uitzicht van een haak hebben. Ze zijn klein en hebben snijdende monddelen of tanden waarmee ze zich vasthaken aan de darmwand. De eitjes ontwikkelen in de de buitenwereld tot larven die oraal opgenomen worden of door de huid van hun gastheer dringen (percutane besmetting) en pas na een reis door het lichaam in de darm belanden.
Ancylostoma tubaeforme, de kattenhaakworm
![]() |
Volwassen Ancylostoma tubaeforme. |
| Gastheer | kat, vos, wilde carnivoren |
| Tussengastheer | geen, wel paratenische gastheren zoals muizen en ratten |
| Besmetting | percutaan, oraal |
| Lokalisatie | dunne darm |
| Risicogroep | frequent bij zwerfkatten |
| Schade | kittens: erg |
| Afmetingen | 1 - 2 cm |
Inwendige cyclus. De larven dringen via de huid binnen en vinden hun weg via hart -> long -> luchtpijp -> slokdarm naar de dunne darm waar ze zich met bloed en darmweefsel voeden. 1 tot 5 weken later worden de eerste eitjes uitgescheiden met de stoelgang. Een deel van de larven kapselt zich onderweg in en geven bij drachtige kattinen aanleiding tot besmetting van de kittens.
Symptomen. Huid- en longletsels van migrerende larven vormen zelden een probleem. De darmletsels daarentegen zijn vrij ernstig en gaan gepaard met behoorlijk bloedverlies. Kittens die besmet werden via de moedermelk krijgen het het hardst te verduren.
Ontworming. De meeste wormafdrijvende geneesmiddelen
zijn effectief. Pups met risico op besmetting behandelen op week 1/2/3/4/5/6/8/10/12.
Ernstige infecties behoeven professionele
verzorging.
Preventief zijn een goede hygiëne en
het vermijden van contact met zwerfkatten belangrijk. In catteries is een
gave betonnen vloer het makkelijks te reinigen, de courante ontsmettingsmiddelen
(javel,
Dettol®, zout) doden de larven af.
Het zal geen verrassing zijn dat deze wormen een belangrijk deel van hun leven in de longen van hun gastheer doorbrengen. Ze worden er bovendien volwassen en leggen er eieren. Hun cyclus verloopt steeds via een tussengastheer.
Aelurostrongylus abstrusus, de kattenlongworm
![]() |
Microscopisch beeld van een longworm larve in het longweefsel van een kat. |
| Gastheer | kat |
| Tussengastheer | landslak, ook paratenische gastheren zoals muizen en ratten, kikkers, hagedissen en vogels |
| Besmetting | oraal en moedermelk |
| Lokalisatie | volw.: long |
| Risicogroep | zwerfkatten en huiskatten met een buitenbeloop |
| Schade | mild |
| Afmetingen | 0.5 - 1 cm |
Inwendige cyclus. Wanneer een kat een geïnfecteerde landslak verschalkt, komen de larven vrij in de darm en zoeken zich een weg naar buikholte en borstholte. Ze bereiken al na 1d de longen waar ze volwassen worden. 4-6 weken later begint de eiproductie die ongeveer een half jaar voorduurt. Deze eieren ontwikkelen reeds in de longen tot een larve die op hun beurt de grotere luchtwegen opzoeken. Ze worden vervolgens opgehoest en ingeslikt om tenslotte met de stoelgang uitgescheiden te worden. Ze hebben dan in ideale (vochtige) omstandigheden 5 maanden de tijd om een slak te vinden om hun ontwikkelingscyclus voort te zetten.
Symptomen. De meerderheid van infecties gaat onopgemerkt voorbij Matige infecties gaan gepaard met een sporadische droge hoest, koorts en vermagering. Verzwakte katten (leucose, AIDS) of massaal geïnfecteerde dieren (>1500 larven) vertonen ademhalingsproblemen (chronische hoest, astma-aanvallen) met fatale afloop door verstikking, bacteriële complicatie of anafylactische shock.
Ontworming. Behandeling kan onaardige gevolgen hebben: massaal afstervende wormen en larven in de longen lokken een sterke afweerreactie uit waardoor het longweefsel een waar slagveld wordt en ernstig beschadigd wordt.
Typisch voor lintwormen is het afgeplatte lichaam dat opgedeeld is in stukjes (proglottiden). Elk van deze stukjes is een voortplantingsfabriek die éénmaal rijp vol met wormeitjes zitten en in hun geheel afgestoten worden en vervolgens met de uitwerpselen uitgescheiden. Het hoofd van de worm blijft vastzitten aan het darmslijmvlies maar voedt zich enkel met darminhoud, niet met bloed of darmweefsel. Ze veroorzaken dan ook slechts minimale letsels. Hun cyclus verloopt steeds via een tussengastheer. Ze kunnen over het algemeen héél lang worden.
Dipylidium caninum
![]() |
| Dipylidium caninum. Links het fijne kopuiteinde, rechts de rijpe proglottiden. (Foto: DPDx Image Library www.dpd.cdc.gov) |
| Gastheer | hond, kat, vos, mens |
| Tussengastheer | vlooien, luizen (wormcysten) |
| Besmetting | toevallig opeten van een geïnfecteerde vlo of luis, NIET via beten |
| Lokalisatie | laatste deel dunne darm |
| Risicogroep | succes van de worm hangt samen met dat van de vlo
(vnl voorjaar - zomer) |
| Schade | pups: matig indien massale besmetting |
| Afmetingen | 20 - 80 cm |
Voorkomen en besmetting. Bijzonder aan deze soort is dat ze wordt overgedragen via vlooien of luizen. Het succes van deze worm hangt dus samen met dat van de vlo wat in onze streken over het algemeen hoog is (vooral de zomermaanden) ondanks een goede verzorging. Vlooien besmetten zich in het larvaire stadium, luizen in elk stadium. In de vlo ontwikkelt zich een wormcyste die geduldig haar kans afwacht. Zowel honden als katten, en ook mensen kunnen besmet worden door het toevallig inslikken van een geïnfecteerde vlo, NIET via een vlooienbeet.
Inwendige cyclus. In de darm ontpopt de wormcyste zich tot volwassen worm en hecht zich vast aan het darmslijmvlies. 3 weken later komen de eerste proglottiden te voorschijn.
Symptomen. Klinisch van geen belang maar de rijstkorrelgrote proglottiden kruipen uit eigen beweging uit de anus wat enorm jeukt waardoor het dier voortdurend op zijn achterste schuurt. Enkel bij massale besmetting (honderden) kan de gastheer te kort gedaan worden aan voedingsstoffen en vermageren.
Wist je dat |
|
Gevaar voor de mens. Vooral kleine kinderen (<5j) die alles nog in hun mond steken kunnen per abuis wel eens een vlo binnenspelen. Omdat de worm zich strikt beperkt tot de darm en geen reis door het lichaam maakt is er eigenlijk geen gevaar, maar niemand loopt graag met een beest in zijn buiik rond. Opname van wormeitjes kan geen kwaad, ze overleven het maagzuur niet.
Ontworming. Niet alle ontwormingsprodukten doden Dipylidium af. Bovendien kunnen door de korte inwendige cyclus van 3 weken de dieren zich makkelijk herbesmetten. Na een eerste ontworming is een tweede één maand later aan te raden. Uiteraard is een gelijktijdige behandeling tegen vlooien noodzakelijk, evenals een grondige reininging van de rustplaatsen van de dieren.
Taenia taeniaeformis
| Gastheer | kat, vos, wilde katachtigen, marter |
| Tussengastheer | muis, rat, eekhoorn, mol, vleermuis |
| Besmetting | orale opname besmet vlees |
| Lokalisatie | dunne darm |
| Risicogroep | katten die veel prooien vangen en zwerfdieren |
| Schade | matig |
| Afmetingen | 15 - 60 cm |
Inwendige cyclus. De wormcysten ontplooien zich in de dunne darm tot volwassen wormen waar ze zich vasthechten met haken en zuignappen en produceren na 5 tot 11 weken eieren.
Symptomen. Enkel een
zware infectie kan darmontsteking veroorzaken met voedselweigering
en een korte periode van diarree gevolgd door constipatie.
In de tussengastheer vormen zich echter wormcysten
in lever en buikholte welke hem niet zelden fataal worden.
Wist je dat |
|
Ontworming. Ook deze wormen vereisen specifieke ontwormingsmiddelen. Er ontwikkelt zich geen noemenswaardige immuniteit: herhaalde en preventieve ontworming is dus noodzakelijk voor risicodieren.
Verwante artikels